Vanzelfsprekend

Afbeelding van silviarita via Pixabay

“Het staat al twee vergaderingen op de agenda, en er zit maar geen voortgang in!”, roept de manager uit. Het team heeft er zelf het meest last van als het niet gebeurt, dus het is in hun belang om dit snel te doen.

Ik vraag wat hij nu wil doen. Eigenlijk is zijn neiging om het voor het team te gaan uitzoeken. Maar hij ziet zelf ook dat dit niet handig is. Dat stimuleert niet het eigenaarschap wat hij wil zien.

Samen komen we tot een oplossing. Hij gaat benoemen wat hij ziet, namelijk dat het onderwerp nog  geen voortgang heeft. Hij gaat vragen wat het team nodig heeft om dit wel voor elkaar te krijgen, en wat ze daarbij van hem nodig hebben. En hij gaat uitspreken dat hij alle vertrouwen heeft dat het hen voor het volgende overleg lukt om hier stappen in te zetten.

“Maar daar geloof ik niet in”, vertrouwt hij me toe. Nee, dat zie ik ook. En dat voelt zijn team feilloos aan. En wacht af wanneer de manager gaat inspringen. Want dat zijn ze van hem gewend.

We oefenen hoe hij in het overleg aangeeft dat het volkomen vanzelfsprekend is dat het team dit oppakt. En hoe hij laat zien dat hij er alle vertrouwen in heeft dat ze dit kunnen. Na drie keer formuleren, lukt het hem om de juiste toon te treffen.

Over twee dagen is de vergadering; ik ga er van uit dat het hem gaat lukken.